>
De kranten stonden dagen langvol nieuws uit Londen waar jongeren plunderend en vernielend de stad in brand staken. Op een plattegrond in de Volkskrant stonden de brandhaarden letterlijk als vuurtjes afgebeeld. Ze waren in heel Groot Londen te vinden.
Wat me ook opviel was een foto van een stuk of acht politiemannen in kogelvrije vesten die een arrestant, een donkere jongen, in bedwang hielden -en zijn hoofd recht- zodat een van de agenten een (digitale?) foto van de jongen kon nemen.
Dat deed mij weer denken aan een artikel dat ik eerder deze zomer las over Irak. In een poging Taliban te onderscheiden van andere burgers maken de Amerikanen daar digitale foto’s en vingerafdrukken van iedereen die ze arresteren. Da’s reuze handig als er weer eens gevangenen ontsnappen en tegen de lamp lopen bij de grens of een politiecontrole. Begonnen als een proef is het nu standaard procedure en kennelijk zo succesvol dat deze aanpak ook in Afghanistan is overgenomen door de troepen aldaar.
Terug naar Londen begreep ik dat de “looters,” de onruststokers dus, zouden communiceren via het pingen met hun Blackberry’s. En was dat nou net niet dat apparaat dat in het nieuws kwam omdat de fabrikant weigert de broncode ter beschikking te stellen van derden. Met als gevolg dat het niet mogelijk is communicatie hiermee af te laten luisteren door bijvoorbeeld een inlichtingendienst. Waardoor het dus niet alleen interessant is voor een club ministers (van de VS tot Den Haag) maar ook voor terroristen (Irak e.d.) vrijheidstrijders (Libië en Egypte) maar ook voor criminelen en relschoppers.
Want dat intrigeert me dus. Hoe communiceren ze? In dit geval zijn ze de Britse jongeren die winkels plunderen, branden stichten en de gevechten met 16000 (!) politieagenten aangaan. En niet alleen in Londen, ook in andere grote steden van Groot Brittannië. Ik durf er vergif op in te nemen dat de overheid aldaar alles inzet om via deze communicatie, gekoppeld aan de locatie van de gebruikte apparaten, er achter te komen wie de daders zijn. En ja hoor, daags na de rellen werden ze bij bosjes van hun bed gelicht.
In de krant zijn analyses te lezen over het hoe en waarom. Op TV worden ineens Britse collega-welzijnswerkers geïnterviewd om uit te leggen hoe het toch zo ver heeft kunnen komen. Iedereen weet dat in Engeland grote (klasse-) verschillen zijn en dat er wijken in grote steden zijn die te treurig voor woorden zijn. Varkens in megastallen hebben het nog beter, bij wijze van spreken. Maar er wonen dus mensen.
Hun jongeren zouden “geen binding met hun buurt en leefomgeving” hebben. Nee, gek zeg. Wat een uitzichtloos bestaan. Die hebben nu ontdekt dat ze met elkaar weldegelijk een stem kunnen laten horen, al doen ze dat op een destructieve manier.
Gelukkig is er ook een positief tegengeluid op het web. Ik volg op Twitter @riotcleanup, een initiatief van bewoners van Londen om gezamenlijk de rommel op te ruimen na de rellen en vernielingen. Er wordt geïnventariseerd waar rellen gaande zijn en vervolgens wordt opgeroepen daar een dag later naar toe te gaan met bezems, emmers, vuilniszakken en handschoenen. Al 85.000 volgers krijgen die berichtjes! De rellen zijn nu nog geen week bezig!
Zelf probeer ik zulke processen altijd te vertalen van de grote schaal van het wereldnieuws naar de kleine schaal van de wijk waar ik werk. Van Londen met 7,7 miljoen naar “mijn” wijk met 11.000 bewoners. Zou het kunnen dat ook hier iets dergelijks plaatsvindt?
Misschien op het eerste gezicht niet en valt het wel mee ondanks de problemen die ook in deze -achterstand- wijk zijn. Maar de bezuinigingen op welzijn in de stad waar ik werk hakken er al in. Ontslagen zijn al gevallen en er volgen er nog veel meer en alle wijkcentra moeten binnen drie jaar gesloten zijn. “Accommodatieloos welzijn,” heet dat in de gemeenteraad-stukken.
En dat is wel een beetje zuur want het is mij (met anderen) net gelukt een groep overlastgevende jongens drie avonden in de week het buurthuis in te krijgen. De jongeren stonden te popelen om een eigen plek in hun wijk. Maar de instanties moesten een flinke drempel over. De burgemeester is er zelfs mee bezig geweest om e.e.a. gedaan te krijgen.
Die groep staat dus binnenkort weer op straat zoals het er nu naar uit ziet. Met een gevoel dat die buurt / leefomgeving geen binding met hen heeft (!). Olie op het vuur dus. Ik hoop niet al te letterlijk. Maar stel dat ze weer overlast gaan geven. OK dat is dan erg vervelend maar rellen zoals nu in Londen en eerder in Parijs zie ik toch niet snel ontstaan. En als het al gebeurd is de schaal waarop beperkt.
Kan Welzijn 2.0 misschien iets bijdragen? Ik vertel graag binnen de wijk over mijn idee om naast fysieke sociale verbanden ook een digitale sociale wijkinfrastructuur te bouwen. Binnenkort ga ik iedereen, bewoners en werkers, waarvan ik weet dat die feeling hebben met digitale communicatie bij elkaar brengen om samen eens te zien of we iets tot stand kunnen laten komen.
Daarbij heb ik ook oog voor de jongeren. Die kunnen en mogen in mijn ogen hier niet in ontbreken. Niet alleen zijn ze opgegroeid met internet en snelle directe communicatie, ze horen er gewoon bij in een wijk. Die binding met van twee kanten komen.
Ik heb mijn hoop onder andere gevestigd op een club die een deur verder zit jongeren traint om digitale filmpjes te maken die ze nu op YouTube zetten. Dat zou mooi gekoppeld kunnen worden aan het idee WijkTV via glasvezel, waar weer een andere partij mee bezig is die momenteel zoekt naar bewoners die mee willen doen. De kunst is, als altijd in het leven van een digitaal opbouwwerker, het verbinden van deze verschillende initiatieven.
En zo hoop ik dat ik niet de volgende welzijnswerker wordt die na rellen in de wijk op TV mag uitleggen waar het mis ging ….