Duplex (Column Zorg en Welzijn, juli/augustus 2018)

Spelen met Duplex

Ik geef het toe, ik zat helemaal fout. Bij het lezen over het nieuwe speeltje van Google: Duplex, dacht ik nog; “Dat ken ik! Dat is van Lego! Wat doet Google daar nu mee?” Maar hetzelfde Google hielp me snel uit de droom. Het blijkt Lego Duploén Google Duplexte zijn. Mijn kids zijn die leeftijd al voorbij. Dus dat zat nog ergens verkeerd in mijn systeem. Error.

Maar wat is Google Duplo, excuus, Duplex dan wel? Duplex is misschien wel de volgende stap naar een robot waarmee je een gesprek voert zoals je dat met een ander mens doet. Concreet: Duplex is een Artificial Intelligence (AI) systeem om levensechte telefoongesprekken te kunnen voeren.

Hoe het werkt?

Jij praat tegen je Google Assistant (op je Androïd telefoon). Je zegt dat je een afspraak bij de kapper wil maken. De assistent schakelt Google Duplex in om voor jou die afspraak te maken. Duplex belt zelfstandig de kapper op én voert het gesprek met de kapster! Die denkt dat er een ander mens aan de lijn is. En de afspraak wordt gemaakt.

Er is nog wat discussie over of het ethisch is dat die kapster niet weet dat ze tegen een computersysteem kletst. Maar verder werkte het op de introductie in mei vlekkeloos en kunnen we binnenkort meer toepassingen zien. Als het aan Google ligt.

Fast forward

Binnenkort gaat de telefoon bij een bewoner. Het wijkteam wil naar aanleiding van het eerste bezoek tijdens het spreekuur graag als vervolg een keukentafelgesprek bij de bewoner thuis inplannen, of dat kan? De bewoner stemt toe en de afspraak wordt gemaakt. Per mail wordt een bevestiging gestuurd.

Maar … was het wel het wijkteam zelf dat belde?

Deze column verscheen in het zomernummer van Zorg en Welzijn, juli / augustus 2018.

Sociaal werk loopt achter op de zorg (Blog Zorg en Welzijn juni 2018)

Kansen en knelpunten bij het inzetten van sociale technologie in het sociaal werk. Daarover spraken bestuurders van welzijnsorganisaties elkaar tijdens het jaarcongres van Sociaal Werk Nederland. Zij namen deel aan een sessie geleid door André W. Hintzen die in opdracht van Sociaal Werk Nederland onderzoek had gedaan naar de potentie en impact en het eindresultaat presenteerde in de vorm vn een essay.

Hans Versteegh is blogger bij Zorg+Welzijn

De vorige keer beschreef Hans hoe jongerenwerkers omgaan met de nieuwe privacywet >>

Voor sommige bestuurders was dit hun eerste verkenning op dit thema. Ze kwamen vooral inspiratie halen. Wat zijn best practices? Wat kan sociale technologie in mijn organisatie toevoegen? Hoe pak ik dat aan? Waar kan ik kennis halen? Hoe financier ik experimenten? Kan ik die alleen initiëren of is het slim samen te werken in de regio. Hoe ga ik opschalen na een geslaagd experiment? Hoe borgen we de nieuw ontstane werkwijze?

Cure en care niet in balans

Vragen genoeg. Maar de conclusies uit het onderzoek waren enigszins teleurstellend. Het sociaal werk loopt achter bij de zorg. Samen met de grotere aandacht van VWS voor de zorg, gaat er ook verhoudingsgewijs enorm veel geld die kant op. Cure en care zijn niet in balans. Het sociaal werk komt er bekaaid van af. Bestuurders moeten het schaarse geld dat ze via gemeenten krijgen slim gebruiken. En voor (technologische) vernieuwing, die de zorg momenteel een enorme boost geeft, blijft weinig over.

Inzetten op preventie

Tegelijk roept het ministerie dat preventie én zorg in de wijk, dicht bij de mensen, liefst bij hen thuis, de groeiende kosten moeten gaan drukken. Je zou dus mogen verwachten dat daar kansen voor het sociaal werk liggen, ook om samen met je gemeente op te trekken. De belangen zijn wederzijds.

Goed plan

Door deelnemers werd onderkend dat geld vanzelf volgt op een goed plan. De opgave is dus te bedenken wat de meerwaarde kan zijn van sociale technologie voor de maatschappelijke opgaven die jouw organisatie heeft, daarbij focussen op preventie. Laat je daar eventueel over voorlichten en maak een plan. Of welzijnsorganisaties die plannen al concreet hebben, bleef onduidelijk.

De wil is er

Wie naar de sessie kwam om voorbeelden te horen uit het sociaal werk, wachtte een domper. Want die voorbeelden zijn er nog nauwelijks. Maar de behoefte daaraan klonk duidelijk. Net als de wil om aan de slag te gaan. De sessie was dan ook goed bezocht en ervaringen werden vol op gedeeld.

Afkijken en uitproberen

Het lijkt nu vooral een kwestie van afkijken, verbinden aan bestaande initiatieven, samenwerken met aanbieders, agenderen, verbreden naar en inpassen in het sociaal werk. En uitproberen wat werkt en wat niet. Het is de kunst te proberen initiatieven uit de zorg “eigen” te maken. Zodat jouw doelgroep ermee geholpen is en tegelijk je organisatie vernieuwt met innoverende producten.  Doe je dat niet, wat zijn dan consequenties op langere termijn? Wanneer je ingehaald wordt door partijen die jouw stukje van de markt afsnoepen, met technologische oplossingen die eigenlijk van jou hadden moeten komen?

Oriënteren op de zorg

Het sociaal werk zou beter zicht kunnen (moeten) krijgen op de vele nieuwe technologische vindingen in de zorg. Ga maar eens kijken wat er te halen valt. In publicaties, berichten op social media van influencers en op zorgcongressen ligt die informatie voor het oprapen. Leuk en interessant om je als bestuurder samen met je beleidsmedewerker eens te gaan oriënteren. Je krijgt er vast energie van.

Hans Versteegh

Welzijn 3.0, social media in sociaal werk

www.welzijn30.nl 

Deze blogpost verscheen op de site van Zorg en Welzijn in juni 2018: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-sociaal-werk-loopt-achter-op-de-zorg/?sso=login&nc=1535534013

Vero (Column Zorg & Welzijn, april 2018)

Wat te doen met Vero?

Er is een nieuw social media platform. Tenminste, dat lijkt zo. Ik heb het over de app Vero. De meest gedownloade app de laatste maanden. Deze is al in 2015 gelanceerd, maar niemand had er toen trek in. Ineens zijn er meer dan een miljoen nieuwe gebruikers.

Wie nu inschrijft heeft een leven lang gratis toegang. Er was zoveel belangstelling dat de servers het niet aan konden. Er is geen reclame en volgen ze je niet, zegt Vero. Ze zijn “True social.”

Een concurrent van Facebook dus? Het is afwachten hoeveel van je vrienden het gaan gebruiken. Anders is de lol er snel af. De gekte van Pokemon Go was kort en hevig. En de vergelijkbare Ello en Peach hebben het niet echt gemaakt.

De nadelen zijn niet mis.

  • Op wat je deelt geef je een eeuwigdurende licentie af. Je foto’s en video’s, zelfs je stem! Daar mag de eigenaar mee doen wat hij wil, ook doorverkopen dus. Een leuk verdienmodel.
  • Een rijke eigenaar die blijkbaar Aziatische bouwvakkers in de Saoedische woestijn laat verkommeren.
  • Je account verwijderen is lastig. En dat is in strijd met het Europese “recht om vergeten te worden.” Een recht dat we al hebben, maar dat vanaf 25 mei 2018 nog strenger gaat gelden voor aanbieders.

Wat moet je er mee? Mijn advies aan professionals in zorg en welzijn: gebruik Vero niet. Of net zoals Facebook en Whatsapp; alleen voor de dagelijkse nieuwtjes en afspraken. Zeker niet om details van behandelingen of hulpverleningstrajecten te delen.

https://www.vero.co

Deze column verscheen in het blad Zorg en Welzijn in april 2018.

Bereid je nu vast voor op de digitale toekomst (Blog Zorg en Welzijn, maart 2018)

Social media, iedereen gebruikt ze tegenwoordig. Ze zijn gemakkelijk, leuk en interessant. Toch is nog lang niet iedere sociaalwerker / hulpverlener / zorgmedewerker als professional digitaal actief. Wat langzamerhand begint op te vallen. Juist omdat heel Nederland op social media actief is geworden.

In mijn vorige blog liet ik je al voorbeelden zien van sociaal werkers die zelf hun kleine “mediamomentjes” wisten te creëren. En via social media hun sociale doelen beter en sneller wisten te bereiken.

In mijn ogen zijn social media een mooi opstapje naar de toekomst. Want zo:

  • Kan je tijd en moeite besparen.

Nooit meer een flyer ontwerpen, printen en in de bus gooien of naar de winkels gaan om te leuren of jouw poster daar mag hangen (ik had er altijd een hekel aan). Met een enkel bericht kan je een groot bereik hebben en andere mensen bereiken dat op de traditionele wijze.

  • Kom je ethische vragen tegen.

Die je straks helpen om dan verstandige keuzes te maken. Bijvoorbeeld; gebruik jij als hulpverlener de foto op Facebook waarop jouw aan alcohol verslaafde cliënt dronken aan een bar stond, afgelopen zaterdagnacht, in het voortgangsgesprek dat jij maandagmorgen met hem hebt?

  • Loop je tegen de grenzen aan.

Van je huidige organisatiestructuur. En prikkelt het jou om andere organisatie vormen te zoeken, vaak in spontane netwerkverbanden, gebaseerd op co-creatie, wederkerigheid en delen. Het toverwoord hierin is ondernemen. Een competentie die in je POP niet misstaat. Maar hoe ver mag je daar in gaan? Via internet geldt: the sky is the limit.

  • Leer je een deel van je werk m.b.v. technologie uit te voeren.

Bijvoorbeeld door met je cliënt te beeldbellen, te chatten of -steeds meer- via korte appjes even contact te hebben. Zo maak jij deel uit van de leefomgeving van je cliënt. En leer je dat die meer en meer zelf de regie op het contact wenst.

  • Wordt je bekend met het hanteren van nieuwe technologie.

Zoals smartphones, tablets, smartwatches en VR brillen. Straks ook met robots die je collega’s zullen zijn. Op de sociale opleidingen oefenen de eerste studenten er al mee in diverse innovation- of tech-labs in het land. Leuk om zelf eens te kijken en uit te proberen.

  • En oefen je digitale basisvaardigheden.

Die je straks nog veel meer nodig gaat hebben. Want communiceren via (nu) social media is anders dan tegenover elkaar zitten praten. Je moet veel meer je best doen een goed beeld te krijgen hoe de ander er bij zit, wanneer je digitaal communiceert.

Er komen nog veel gekkere dingen aan.

  • Humanoids: de eerste mensachtige robot, Sophie, heeft in oktober 2017 het staatsburgerschap van een land gekregen en sinds kort ook benen. Je kunt er een intelligent gesprek mee voeren en straks vast ook dansen.
  • Artificial intelligence en machine learning: zelf lerende computers en apparaten die zelf leren en dat zo veel sneller doen dan een individueel mens. Misschien krijgen we straks rechtspraak door computers? Het hoofd van Sophie zit er vol mee.
  • Robots: overal, altijd en veel beter dan de huidige, vaak eenzijdige klunzen die we nu kennen. Vooral ingezet in sociale contexten waar personeel en aandacht schaars zijn. Ook qua vormgeving gaan ze ons nog verrassen.
  • Sensoren en domotica: in huis, op straat, in voorwerpen en apparaten. Alles zal worden gemeten en alles is met elkaar verbonden, Het Internet Of Things (IOT).
  • Implantaten en chips in je lijf: nu nog om je deur meet te openen maar straks ook om je te identificeren en te bankieren. Of informatie die op een lens voor je oog verschijnt. Bijvoorbeeld ….
  • Data, data, data en nog eens data: door dat alles zal worden gemeten krijgen we een heleboel informatie. Die gaan we genereren, minen, analyse, doorgeven, bewerken, etc… Je gemeente is er al mee begonnen.
  • Blockchain: gelijkwaardig gedeelde en in gedeeld eigendom hebbende informatie die transparant bewerkt en gebruikt wordt. Vergeet bitcoins. Niet interessant. Straks kan je met blockchaintechniek dagelijkse handelingen verrichten zoals je vliegticket boeken, een huis kopen zonder dure notariskosten en de bibliotheekboeken verlengen. Misschien ook wel je zorgdossier beheren?
  • 3D-printen van lichaamsdelen. Nu al zijn er proeven met 3D geprinte botstructuren die aanhechten aan je lichaamscellen. En levensreddende geprinte organen.
  • Er zijn geruchten dat we ooit onze hersens aan “de cloud” kunnen verbinden. Stel je eens voor wat dat doet met zoiets als leren. Wanneer je niet meer je hele jeugd in de schoolbanken hoeft te zitten maar gewoon je hoofd inplugt en alles weet.

OK, veel hiervan is ook nu misschien nog ver weg. Toch denk ik dat je door nu op social media actief te zijn al een beetje went aan nieuwe technologie en aan digitaal zijn. Kortom, wil jij je aan kunnen passen aan de nieuwe tijd, begin dan nu vast met wat voorhanden is. Zet jezelf niet op achterstand. Begin eerst maar eens met social media in je werk.

Wil je dat ik dit in jouw organisatie kom vertellen? Kijk dan op:

https://www.welzijn30.nl/ben-jij-er-klaar-voor/

Deze blogpost verscheen op Zorg en Welzijn in maart 2018: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-bereid-je-vast-voor-op-de-digitale-toekomst/

Jeugdhulp 1 op 1 (Column Zorg en Welzijn, maart 2018)

Kies zelf je jeugdhulpverlener

Al swipend nu eens niet je nieuwe liefde of one night stand vinden, maar je eigen jeugdhulpverlener kiezen? Toekomstmuziek? Nu niet meer!

De klik

Het kan al in West- en Midden Brabant. Niet via een app maar via de (match-)website https://www.jeugdhulp1op1.nlHet uitgangspunt is dat de klik tussen de jongere en hulpverlener de belangrijkste succesfactor is. En doordat Jeugdhulp1op1 enkel beschikbare hulpverleners online plaatst, is er geen wachttijd en kunnen jongeren snel terecht. Zij hebben meestal binnen 24 uur al direct contact met de hulpverlener zelf.

Zelf kiezen

Jongeren die door de huisarts of het wijkteam worden verwezen naar jeugdhulp kiezen zelf aan de hand van korte profielen (met foto) een hulpverlener uit. Die presenteert zich en legt zijn of haar specialisme en werkwijze uit. Anderen, die eerder hulp ontvingen, kunnen reviews achterlaten.

Match maken

Valt een hulpverlener in de smaak, dan registreert de jongere zich en legt zelf het eerste contact. Via chat wordt vervolgens kennis gemaakt. Als ook dat goed voelt klikt de jongere op “match maken” waarna contactgegevens uitgewisseld worden en de hulpverlening kan starten. Naast eigen regie motiveert deze werkwijze jongeren ook: wat heb ik precies nodig? En wie past bij mij?

Welke hulpverleners doen mee?

Een netwerk van kleinschalig werkende zorgaanbieders die gespecialiseerde ambulante jeugdhulp bieden. Jeugdbegeleiders, orthopedagogen en kinder- en jeugdpsychologen. Zij voldoen aan de volgende criteria:

  • Een overeenkomst met een gemeente in een van de jeugdhulpregio’s;
  • Registratie/vooraanmelding in het register SKJ;

Daarmee is kwaliteit gewaarborgd.

Wil je meer weten? Kijk dan op de site https://www.jeugdhulp1op1.nl

Deze column verscheen in het blad Zorg en Welzijn in maart 2018.

Moti-4 (Column Zorg en Welzijn, januari 2018)

Goede voornemens?

Is het gelukt met de goede voornemens die je tijdens de jaarwisseling had? Minder roken? Minder gamen? Waarschijnlijk niet. We weten allemaal dat we enthousiast beginnen, maar dat er al snel de klad in komt. We vervallen te gemakkelijk in onze oude patronen.

Gelukkig is er een app die kan helpen: Moti-4 van Verslavings Preventie Nederland. “Moti-4 kan worden ingezet bij risicovol experimenteren of beginnend problematisch gebruik van alcohol, cannabis, harddrugs, maar ook bij overmatig gamen.” En word ingezet vóórdat de zwaardere hulpverlening noodzakelijk is geworden.

Gesprekken als basis

Moti-4 heeft jongeren als doelgroep en werkt met maximaal vier gesprekken met een preventiewerker. De gesprekken zijn gericht op het in kaart brengen van het gebruik, het vergoten van de kennis over het middel dat de jongere gebruikt, het bewustzijn vergroten van de gevolgen van het gebruik en de weerbaarheid van de jongere vergroten.

De app

In de app kan de jongere vervolgens zelf het gebruik bijhouden, zelf doelen stellen, met een beloning wanneer die behaald worden en er is een herinneringsfunctie voor de eigen motivatie om van de verslaving af te komen. De app kan ook los van de gesprekken gebruikt worden.

Ben of ken je een jongere, een ouder, leerkracht of sociaal werker? En heb je te maken met beginnend problematisch gebruik van alcohol, cannabis, harddrugs of gamen en wil je meer weten? Kijk dan op http://www.moti4.nl

Zelf ben ik nog op zoek naar een app die mij motiveert om mijn goede voornemen om iets juist wél te gaan doen te realiseren, namelijk … meer bewegen. Tips zijn welkom.

Verscheen als column in het blad Zorg en welzijn editie 3 in 2018.

Jongerenwerker houdt hoofd koel ondanks nieuwe privacywet (blog op Zorg en Welzijn mei 2018)

Ik hou van observeren. Van een afstandje kijken wat er feitelijk gebeurt. Al in mijn sociale opleiding kon ik daar lekker mee uit de voeten. In mijn werk als sociaal werker en opbouwwerker bleek het een nuttige competentie. Nog altijd schep ik daar genoegen in, zoals dat vroeger heette.

Hans Versteegh is blogger bij Zorg+Welzijn

In zijn vorige blog stelde Hans dat digitale ontwikkeling en privacy prima samen gaan >>

Zoals nu. Voor het eerst zie ik in het sociaal domein én in de wereld van social media/digitale technologie dezelfde tendens. Voorheen gescheiden grootheden komen ineens samen. Een droom die uitkomt. Jammer is dan weer dat, zoals vaker, er ook nu een gezamenlijke bedreiging is.

Privacy

In dit geval nieuwe Europese privacyregels, bekend onder de naam AVG, Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het P-woord doet de gemiddelde sociaal werker al jaren in de kramp schieten. ‘Het is toch niet ethisch om je in andermans levens te wurmen?’ ‘Ik mag helemaal niks delen over mijn cliënten.’ ‘Moet ik bewoners als vriend accepteren op mijn persoonlijke pagina?’ Enzovoorts. Directeuren en bestuurders van welzijnsorganisaties zuigen op congressen alle informatie over de vereisten van de AVG in zich op. Want aan privacy-issues willen ze de vingers niet branden. Vaak, helaas, worden ze daar banger gemaakt dan noodzakelijk. Onbekend maakt onbemind.

Gegevens delen mag

Want die AVG hangt op twee ‘bedoelingen’. 1: Rechten van ons allemaal borgen. Inzicht in de gegevens die bedrijven en organisaties van je hebben. Het recht die gegevens gewist te krijgen als je daar om vraagt. En het recht die gegevens van de ene partij over te laten dragen aan de andere partij. 2: Gegevensoverdracht netjes regelen. Veel sociaal werkers en hulpverleners denken dat dit na 25 mei niet meer mag.  Maar je mag gegevens blijven delen met anderen, mits je aan voorwaarden van de AVG voldoet. De AVG is niet bedoeld om iedere organisatie te straffen die hier niet naar handelt. Tenzij je er aantoonbaar een potje van maakt.

Indekken

Het P-woord hakt er sinds kort ook in bij de bazen van de social media platformen. Ze zijn allemaal hun van oorsprong Amerikaanse voorwaarden aan het aanpassen aan de Europese normen (de AVG), om hier hun business te houden. Ze staan ook eindelijk in de belangstelling om waarom ze data verzamelen en wat ze nu eigenlijk met onze gegevens doen. En ze dekken zich alvast in.

Whatsapp en jongerenwerk

Het in het sociaal werk veel gebruikte Whatsapp is daar een voorbeeld van. Bijna stilletjes liet Whatsapp weten dat de minimale leeftijd voor gebruikers binnenkort wordt verhoogd naar zestien jaar. Tot die leeftijd moeten ouders toestemming geven voor gebruik door hun kind. Wat betekent dat voor bijvoorbeeld het jongerenwerk? Wat vinden jongeren hiervan? Gaat het gevolgen hebben?

Toestemming van ouders

Ik mocht Jongerencoach Maartje Drabbe, van Sport en Welzijn (SenW) Leidschendam Voorburg interviewen voor dit blog. Zij vindt het prima dat er regels en afspraken zijn. Het is volgens haar logisch dat de leeftijd omhoog gaat, want ook voor andere zaken is tot zestien jaar toestemming van de ouders nodig.

Een bekende rol voor jongerenwerkers

Veel jongeren zullen Whatsapp overigens toch wel blijven gebruiken, denkt Maartje. Het jongerenwerk kan een mooie rol vervullen bij het in gesprek gaan over de gevolgen. Naar jongeren zelf, hun ouders en naar ketenpartners, zoals scholen. De lijn doortrekkend van jongerenwerkers die voorlichting geven over seksualiteit of drugsgebruik.

Voorlichting

Want hoe hou je zicht op wat jongeren doen op social media en Whatsapp? Wat is hun digitale voetafdruk? Wat is wel slim om te doen en wat niet? Maar ook: dat het leuk is, als je maar weet wat je doet. En privacy? Daar moet je natuurlijk scherp op blijven, zegt Maartje. Zolang je naar eer en geweten handelt, vanuit vrijheid en niet zozeer vanuit angst, dan doe je het al niet slecht.

Pionieren en agenderen

En, zegt ze, het jongerenwerk is wel vaker aan het pionieren. Ook nu weer. Als geen ander is deze werksoort in staat snel in te spelen op maatschappelijke tendensen. Problemen niet zo zeer oplossen, maar wel agenderen. Zodat er bijvoorbeeld een social media protocol opgesteld wordt dat helpt de nodige kaders te stellen.

Digitale voetafdrukken

Nu we het toch over kaders hebben, noemt Maartje terloops ook tieners en jongere kinderen. Eigenlijk, zegt ze, zou je op de basisschool al voorlichting moeten geven over technologie en social media. Kinderen zitten massaal op Musicaly, Minecraft en kijken naar vloggers op YouTube of doen die na. Die zijn al bezig hun eerste digitale voetafdrukken te maken. Hoe zorg je ervoor dat ze het meteen goed doen en er later geen spijt van krijgen?

Moderne invulling

Een mooie rol voor het sociaal werk om van betekenis te zijn. Niks om bang voor te zijn, maar inspelen op. En je werk een moderne relevante invulling geven. Doe jij al mee?

Deze blogpost verscheen op Zorg en Welzijn in mei 2018: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-jongerenwerker-houdt-hoofd-koel-ondanks-nieuwe-privacywet/

Online zuigers of hulpvragers? (Blog op Zorg en Welzijn september 2017)

Een wijkteam-medewerkster vertelde me eens dat ze iedereen als vriend toelaat op haar zakelijke Facebook profiel. “Wat maakt het uit, het is mijn werkaccount.” Een van die volgers plaatst regelmatig gevoelige teksten en afbeeldingen en ze dacht: “Ach, laat ik eens een like geven.”

Dat heeft ze geweten. Een stroom van vragen en contact-verzoekjes kwam haar kant op. Ze kwam er achter dat deze persoon niet eens in haar wekgebied woonde. Het hield niet op. Ook niet nadat ze daar om had verzocht.

Uiteindelijk heeft ze deze volger geblokkeerd.

Jij kent ze vast ook wel. De zuigers onder je volgers op social media. Ze sturen berichten waar je het jouwe van denkt. Of ze proberen je uit de tent te lokken. Ze reageren op jouw berichten op een manier waarvan je nekharen overeind gaan staan. Ze zijn ongeremd, ongepast (want slaan de plank mis) en drammen door. Hun suggestieve vragen drijven je tot wanhoop. Bloedirritant!

Zelf heb ik een bewoner die me via (zakelijk) Whatsapp berichten en filmpjes ging sturen over geloof, hoop en liefde, maar ook over zelfdoding en mensen die van flats springen (ja, er zijn mensen die dat filmen …). Dat heb ik als signaal opgepakt. En toen ik vroeg waarom hij dat stuurde bood hij meteen excuses aan.

Zou jij gaan blokkeren, of niet?

Soms zitten deze afzenders in complexe uitzichtloze situaties en klampen ze iedereen aan die enigszins bij de zorg betrokken lijkt.  Soms zit er kritiek achter over het zorgsysteem, de PGB en het WMO-stelsel, over behandeling door het wijkteam of de GGZ (veel!). En op het zorg-beleid van gemeenten en de landelijke politiek. Vanuit persoonlijke negatieve ervaringen met behandelingen en de gevolgen van de transformatie.

Ik kan er vaak niks mee. Maar ik kan soms wel met ze meevoelen. Als er een landelijk online sociaal wijkteam zou bestaan, dan zou ik zo een paar cliënten hebben. Ideetje?

Recent was er een voorbeeld vanuit de Politie.

Met een experimenteel online surveillance team heeft de Politie Twente deze zomer een zelfdoding van een tienermeisje kunnen voorkomen. Een agent van dat team ontving via Instagram een alarmerend bericht. De Politie kwam al snel achter het adres en stuurde er meteen een surveillanceauto heen, terwijl hij het contact online gaande hield. Er is nu hulp voor dit meisje. De Politie vindt dat meer agenten digitaal zouden moeten gaan surveilleren. “Wijkagenten zijn de ogen en oren in de wijk. Die moeten we ook hebben in digitale wijken.”

Als de politie zo aan hulpvragen kan komen, dan kan een sociaal werker of een wijkteam dat toch ook? Misschien hebben de eerste hulpvragers zich al bij je gemeld? Met wellicht een bepaalde verwachting, zoals; gehoord willen worden. En veren ze ineens op wanneer jij hun gevoelige naar raakt met een bericht.

En dan … wat doe jij dan? Sla je die “zuiger” als een lastige bromvlieg van je af?

Of denk je: “hé … wat zou de hulpvraag kunnen zijn?”

Deze blogpost verscheen in september 2017 op Zorg en Welzijn: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-online-zuigers-hulpvragers/

Wees verstandig, pak een Apple (of Samsung of ..) (blog op Zorg en Welzijn augustus 2018)

Sociaal werkers gaan steeds bewuster social media gebruiken! Goed nieuws! Hoe ik dat weet? Nou, ik heb het ze gewoon gevraagd. De afgelopen tijd kreeg ik voor mijn boek veel reacties van sociaal werkers die kansen zien om social media in te zetten, voor:

– het bereiken van de doelgroep

– het delen van nieuwtjes uit de organisatie

– mensen aan elkaar en aan de organisatie verbinden

– zichtbaar zijn

– enzovoorts …

Uit de reacties (mijn dank hiervoor!) bleek dat je sociaal werkers niet meer hoeft te vertellen dat social media en andere “sociale technologie” kunnen helpen om je werk te doen. Het zijn middelen om sociale doelen mee te behalen, instrumenten die je kunt inzetten. En de buitenwereld verwacht dat ook van je.

We zijn er dol op

Die buitenwereld kan namelijk al tijden niet meer zonder social media. Ook in Nederland niet. Dat bleek weer eens uit het recente onderzoek “What’s happening online 2018” van Ruigrok Netpanel.

Nederlanders hechten er steeds meer waarde aan via digitale middelen te communiceren. Dat is gemakkelijk, snel, vaak (bijna) gratis (in gebruik, een dure telefoon is dat natuurlijk niet) en je kan zelf bepalen of, wanneer en hoe je reageert. We zijn er dol op. Het meest indrukwekkende cijfer vind ik, is dat 94% van de Nederlanders boven de 18 jaar lid is van tenminste één social media platform. Ongelofelijk. Nog geen 10 jaar geleden zat bijna half Nederland nog op Hyves. En dát was al opzienbarend! Gekkenhuis.

Oh, eh … Hyves? Dat ken je niet? Dat ben jij van na die tijd waarschijnlijk. Hyves was een soort van Nederlandse Facebook maar dan veel grappiger en heel populair! Nee, we hadden toen nog bijna geen mobieltjes, nee … Facebook en Twitter? Die kwamen toen net kijken.

Maar nu: WhatsApp gebruik stijgt nog steeds licht en is de absolute winnaar met 79% van de 18+ groep als gebruiker. Wauw! Gevolgd door Facebook, waar de groei nu wel zo’n beetje uit is en het gebruik rond de 75% hangt. Andere stijgers zijn Instagram, Pinterest en Snapchat. Linkedin en Twitter blijven redelijk gelijk of zakken iets.

Hiervoor gebruiken we steeds meer onze smartphone. Apple of Samsung  of een ander merk. Gemiddeld heeft ongeveer 80% van de 18+ers zo’n apparaat, dat daarmee een steeds centralere rol speelt in ons dagelijks leven. Bij tieners en twintigers / dertigers is dat zelfs 95%!

Goed bezig!

Wat betekent dat? Dit onderzoek bevestigd dat jouw doelgroep dus inderdaad online te bereiken is, dat je gemakkelijk nieuwtjes met ze kan delen, dat het mensen aan elkaar en ook aan jou en je werk bindt en dat je er zichtbaarder mee wordt.

Dus de sociaal werkers die reageerden op mijn oproep snappen het! Applaus! JWant ze zijn verstandig bezig en zorgen dat ze bij de tijd blijven. Ze zien én pakken de kansen die digitaal voor het oprapen liggen. Ze bedenken op dit moment hoe ze dat creatief en effectief in kunnen zetten. En gaan ervoor!

Hoe zou jij het doen?

Natuurlijk, er zijn genoeg beren op de weg. Je kan ze vast zelf bedenken. Ik hoor ze ook altijd wanneer ik hier een training over geef. Maar die laat ik voor een andere keer. Wat ik je wil vragen is na te denken over hoe jij jouw werk zou kunnen doen met hulp van social media.

Stel jezelf deze vragen: wat doe je nu? En zou dat misschien online een vervolg kunnen krijgen? Of, wat zou je online kunnen doen om mensen naar iets toe te laten komen? Welke informatie geef jij nu mondeling, maar zou je ook digitaal kunnen verspreiden om er nog meer mensen mee te helpen? En wat heb je daar dan voor nodig? Ik ben benieuwd.

Boek

En ben jij benieuwd naar mijn boek? Dan moet je helaas nog even wachten, het is nog niet klaar. Ik ben druk aan het schrijven. Maar om je alvast een idee te geven, dit is de werktitel (met een knipoog):

“Facebooken op mijn werk, dat voelt toch een beetje als spijbelen.

Social media orakel voor zoekende sociaal werkers (en hun bestuurders).”

Wanneer jij een goed voorbeeld hebt, of juist tegen een knelpunt oploopt, waarvan jij vindt dat het in het boek genoemd moet worden, stuur me dan een mailtje: info@welzijn30.nl

Hans Versteegh

www.welzijn30.nl

Deze blogpost verscheen augustus 2018 op Zorg en Welzijn: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-wees-verstandig-pak-een-apple-of-samsung-of/

Pak je podium! (Blog Zorg en Welzijn februari 2018)

Pak je podium! Als je weet hoe je moet kijken? Waarnaar je moet kijken? En als je wat je dan ziet, ook nog  durft te delen op social media? Dan liggen er dagelijks tal van kansen om sociaal werk zichtbaar te maken. En jezelf en je werk te profileren. Zo maak je meteen laagdrempelig een begin met digitalisering van ons vakgebied. Daar heb je geen “leiders” of roegangers voor nodig.

We doen het zelf wel

Want er is dus geen duidelijk aanwijsbare leider in sociaal werk te vinden, zoals een Minister van Sociaal Werk. Daarmee is er ook niemand die het voortouw neemt in de noodzakelijke digitalisering van onze beroepsgroep, zo maakte ik in mijn vorige blog duidelijk: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-bij-wie-de-toekomst-van-sociaal-werk-goede-handen/

Ondertussen bleek dat ook internationaal het gemis wordt gevoeld van duidelijk aanwijsbare social work leiders. Wij zijn in Nederland niet de enige. Bleek bijvoorbeeld uit dit recente artikel in The Guardian: https://www.theguardian.com/social-care-network/social-life-blog/2018/jan/16/social-work-leaders-must-stop-hiding-and-give-our-profession-a-voice

De oproep aan sociaal werk leiders in spe is duidelijk: laat jezelf zien! En dat triggerde mij natuurlijk. Want waarom zou je gaan wachten op onze leiders? Van wie we dus niet eens weten wie het zijn? Als die het werk niet voor het voetlicht brengen, dan moeten we het zelf doen, toch?

Media momentjes

Digitalisering klinkt eng en afstandelijk, maar het begint vaak met het inzetten van social media in je werk. Daar weet bijna iedereen uit eigen ervaring al van dat het makkelijk is. En hoe mooi het is dat je zo contact met je dierbaren hebt. Bijna iedereen in Nederland zit op social media. Alleen is het soms lastig die digivaardigheid in je werk toe te passen. Daar gelden blijkbaar andere regels dan thuis op de bank.

Ik leer sociaal werkers onder andere om oog te hebben voor dagelijkse “media-momentjes.” Ik geloof dat er tal van problemen, ontmoetingen, verhalen en prestaties te vinden zijn die het waard zijn te delen met diegene die voor sociaal werk van belang zijn, denk aan je financierders, je leidinggevende, je collega’s en partners én aan je klant zelf natuurlijk.

Drie sprekende voorbeelden

In mijn workshops geef ik voorbeelden van sociaal werkers die het begrepen hebben. Zo toon ik een tweet van een collega die een vitrinekast vol creatieve ansichtkaarten heeft gefotografeerd en op Twitter plaatste. De kaarten zijn gemaakt dor de handwerk-club van oudere dames in het buurthuis. Achter zo’n activiteit gaat een heel informeel netwerk schuil van vrouwen die steun bij elkaar vinden.

Of ik toon de tweet van een speeltuinwerkster die samen met een vrijwilligster een volle vuilniscontainer naar de straat sleept, en zo laat zien dat ook dat bij het werk hoort. Samen activeren, samen zorg dragen voor, samen met de poten in de klei.

Uit mijn eigen (wijkteam-) ervaring wijs ik op het enkele Facebookbericht dat een moeder die vanwege een operatie even niet zelf kon koken voor haar dochter van 10, hielp aan 16 behulpzame culinaire wijkbewoners, die binnen twee dagen voor haar klaar stonden. Een succes waar de collega’s in het wijkteam echt even van stonden te kijken.

Iedereen van ons kan dit eenvoudig doen via social media. Het enige is: zie jij die momenten? Zie jij de dagelijkse kansen om je werk inzichtelijk te maken? En om je doelen mee te bereiken? Ben je in staat die te creëren?

Pak je podium

De meesten van ons hebben nooit in hun opleiding geleerd hoe je je eigen communicatie moet vormgeven. Ik weet nog steeds niet waarom niet. Maar via social media kan iedereen tegenwoordig gemakkelijk van zich laten horen!

Dus, waarom zou je wachten? Kijk om je heen en laat zien! Vertel over je prachtige, emotionele, belangrijke taak. Betrek diegenen die profiteren van je werk. Stap uit je eigen schaduw. Wees niet verlegen. Pak je podium! Het is de moeite waard. En vergeet niet, soms zijn zelfs de kleinste dingen een “media-moment!”

Nog 1 tip

Wil je weten welk social media platform voor jouw doelgroep het meest geschikt is? Kijk dan even naar het volgende artikel, dat verslag doet van het jaarlijkse onderzoek naar social media gebruik in Nederland. Je ziet welke platformen het grootst zijn én je ziet welke leeftijdsgroep op welk platform actief is. Heel nuttig als je wil weten waar jij je doelgroep kan vinden. https://www.marketingfacts.nl/berichten/jongeren-keren-facebook-massaal-de-rug-toe

Laat hieronder weten wat je eigen succesvolle ervaringen op social media zijn, om anderen te inspireren.

Hans Versteegh / Welzijn 3.0

www.welzijn30.nl

Deze blogpost verscheen in februari 2018 op Zorg en Welzijn: https://www.zorgwelzijn.nl/blog/blog-waarom-zou-je-wachten-pak-je-podium/