Vier fases van plotselinge digitalisering, blog voor Zorg en Welzijn, juni 2020

Vier fases van plotselinge digitalisering. Ineens moesten we digitaal werken. Hoe doen we dat eigenlijk? Hans Versteegh, schrijver van het boek Digivaardig sociaal werk, maakte op basis van zijn eigen waarnemingen een ruwe analyse over deze turbulente periode en komt uit op vier fases.

Fase 1: Paniek

We gingen van de ene op de andere dag noodgedwongen en massaal thuis werken. Hoe hou je contact met je collega’s en je doelgroep? Na de eerste shock vielen we terug op wat al bekend is: Facebook, WhatsApp. We ontdekten beeldbellen, ZOOM, Skype, WhatsApp-videobellen. Bewoners vonden elkaar ook snel. Op straat- en buurtniveau, ook buiten het zicht van professionals. Professionals plukken tegelijk de vruchten van jarenlang investeren in goede relaties met bewoners. Ze vinden elkaar makkelijk online. Maar ook nieuwe en als kansrijk bestempelde bewoners komen (letterlijk) in beeld; zij die niet gebruik maken van welzijns- en ondersteuningsdiensten, maar nu wel iets voor een ander willen betekenen.

Fase 2: Bezinning

We ervoeren hoe dat is om online te werken. Is het wel veilig? Kan mijn cliënt er (toch wel) mee werken? Kan ik er zelf mee werken? Wil ik dat? Niet voor iedereen een succes (zie fase drie). Tegelijk zijn er ook voordelen: snel grote groepen mobiliseren, hulpvragers en hulpbieders aan elkaar verbinden, nieuwe mensen vinden, snellere communicatie, tijdswinst, meer grip op je eigen dagindeling, enzovoort.

In de dorpen en wijken is onderling vertrouwen de basis waarop informele hulp vorm krijgt. Er zijn geen regels en protocollen, alleen noodzaak en een gedeelde urgentie. Sommige hulpvragers krijgen meermaals hulp. Nieuwe verbanden ontstaan. Er wordt hard gewerkt, gekoppeld en gebeeldbeld. Hoe houden we dit contact vast, vragen professionals zich af.

Fase 3: Weerstand tegen verandering

We zijn het zat. De aversie tegen online contact hoopt op. Vanuit onze achtergrond missen we de zingeving van face-to-facecontact. We verlangen terug naar het oude. De drang naar openstelling van het social domein van vóór corona groeit. Zowel bij de doelgroepen als bij de professionals. Spanning in huishoudens neemt toe. Mantelzorgers staan nog meer onder druk. Toename huiselijk geweld, depressie en eenzaamheid liggen op de loer. Online blijkt niet voor iedereen passend. Spreekuren hulpverlening worden weer face-to-face mogelijk, maar alleen als het niet anders kan. Ludieke acties in wijken om er samen de moed in te houden, daar is niks digitaals aan.

Fase 4: Het nieuwe normaal

Het besef groeit dat het voorlopig niet meer wordt zoals het was. Acceptatie van online werkvormen daalt in. We leren van de voorgaande fases en maken keuzes. Met een mix van face to face is het ook best vol te houden. Blended werken werkt. Visie ontwikkeling in organisaties versnelt, hoe zien we online werken op de langere termijn? En kunnen we al duurzaam keuzes maken? Bijvoorbeeld investeren in de aankoop van betrouwbare systemen, het trainen medewerkers, implementatie van blended werken in de organisatie. Hoe zetten we deze mogelijkheden methodisch in?

Wat staat ons te wachten?

Online contact is een blijvertje. Naast fysieke ontmoeting (binnen de voortdurende beperkingen) biedt het ook voordelen. Innovatie van dienstverlening met behulp van technologie is binnen handbereik gekomen. Lukt het om daarmee de burger, bewoner, cliënt, patiënt meer aan het roer te zetten van het eigen gewenste proces? Geeft het de participatiemaatschappij een zetje de goede kant op? Onze opdrachtgevers kijken over onze schouders mee. Gaan ze het waard vinden weer in onze sector te investeren?

Meer weten? Lees dan het boek Digivaardig sociaal werk >>
Vier fases van plotselinge digitalisering